Geschiedenis van de Groote Kerk

Het interieur

De preekstoel is gemaakt in 1639. De koster van de Oude Kerk in Delft, Simon Simonszn. Dekker, die tevens schrijnwerker was, werkte naar een ontwerp van ds. Fenacolius. De deur is versierd met een koperen deurknop, voorstellende Jona, komende uit een grote vis. De kanselbijbel wordt gedragen door een koperen arm. De dooptuin rond de kansel is omgeven met het doophek, waaraan de doopvont is aangebracht. In 1837 doopte ds. Kuyper zijn later beroemde zoon, Abraham Kuyper. In de consistoriekamer, achter de kansel, hangen aan de wanden vier borden met de namen van alle predikanten, die Maassluis gediend hebben en nog dienen. Voorts zijn er portretten van ds. Fenacolius en ds. Adriaanz., respectievelijk de derde en de eerste predikant van Maassluis.

De vijf kroonluchters in de kerk dateren uit 1710 en zijn eveneens van koper. Aanvankelijk zijn ze gemaakt voor kaarsverlichting, vervolgens omgebouwd voor olieverlichting en daarna ging men over op gasverlichting. Na de Tweede Wereldoorlog is er elektrisch licht in de kerk gekomen, waardoor de kroonluchters weer van kaarsen konden worden voorzien.



Het visserijbord is in opdracht van vier Maassluise stuurlieden (vissers) in 1649 gemaakt. De beroemde kunstschilder Abraham van Beieren heeft de meeste taferelen op het bord geschilderd. Een helper met de signatuur PVT heeft het overige schilderwerk verzorgd. Na de nodige onenigheden nam het college van de grootvisserij in 1654 de schuld die de stuurlieden gemaakt hadden over. Op de kroonlijst staan de modellen van een hoeker en een haringbuis, eveneens uit 1649. Het eeuwfeestbord uit 1739 met teksten van de dichter Hendrik Schim, wordt aan de bovenzijde bekroond door een grote vogel; een feniks (symbool van de verrijzenis). Het bijzondere zijn de vele marmerimitaties. Het kleermakersbord uit 1650 is geschonken door zestien Maassluise kleermakers. Eén daarvan was tevens koster van de kerk. De galmborden aan weerszijden van het koorhek zijn gemaakt in 1643 om de galmen in de grote, holle ruimten tegen te gaan. In 1663 en 1664 zijn deze beschilderd door Pieter Engelbrechtszn. Falk.

Het koor of de oostarm van de kerk diende tot maart 1943 voor de viering van het Heilig Avondmaal. De versieringen en opschriften op het koorhek verwijzen daar nog naar. Tegenwoordig vindt de viering voor de dooptuin plaats. De kerk is in het bezit van een zilveren avondmaalstel met bekers uit 1612 en 1639.

Restauraties »